Leven in Liefde: Interview Soefi Magazine

Door: Sakya van Male en Irene Lennings

De Latifa meditatie komt de laatste jaren steeds meer in de belangstelling en daarom wilde de redactie van de Soefi-gedachte graag de man opzoeken die de Latifa in Nederland heeft geïntroduceerd, Michaël Derkse. Zittend in de tuin van het huis dat hij pas een week bewoont, raken we met elkaar in gesprek.


Je bent opgegroeid in de christelijke, katholieke traditie, vertel daar eens wat over?

Ik ben opgegroeid naast een Franciscaans klooster. Ik kwam er graag, en had echt het idee: op een dag treed ik in, ik wil monnik worden. Ik was vooral geraakt door de persoon van Franciscus. Maar ja, later in het klooster bleek dat ik vrouwen ook wel erg mooi vond, ik had vrij snel door dat die twee elkaar niet makkelijk verdroegen. In het klooster was er geen overvloed aan vrouwen zal ik maar zeggen.

Toen ik een jaar of 14 was, kwam mijn vader, die zich zeer interesseerde voor de bronnen van het christendom, thuis met de tekst van de Dode Zee-rollen. Dat fascineerde me enorm, de hele Esseense traditie, de gnostiek.

Van kinds af aan, zocht ik naar antwoorden op vragen die mij enorm bezig hielden en ik dacht dat in het klooster leven en tegelijk in de wereld bezig zijn, mij de rust zou geven om antwoorden te vinden. Ik ging op zoek en had veel prachtige gesprekken met monniken. Waarom gaat het er in deze wereld zo aan toe, zo ruig en zo pijnlijk en waarom behandelen de mensen zichzelf en elkaar zo verschrikkelijk en slopen ze de aarde? Ik wist echt dat God goed is, hoe komt dat dan bij elkaar? Hoe zit dat?

Inmiddels had ik de HBO maatschappelijk werk afgerond en werkte ik in de gezondheidszorg. Ik vroeg me af waarom de hele aanpak zo eenzijdig gericht is op de pijn en problemen van mensen, op hun ziekte. Daarmee worden mensen niet gezien en gerespecteerd in wie zij werkelijk zijn. Wat je aandacht geeft groeit en dus werden de pijn en de problemen van cliënten door deze fixatie alleen maar groter. Ik vroeg me af waarom er zo’n scheiding is tussen de mens als geestelijk wezen en als fysiek wezen. Spiritualiteit en gezondheidszorg begonnen voor mij naar elkaar toe te bewegen.

"Ik vroeg me af waarom er zo’n scheiding is tussen de mens als geestelijk wezen en als fysiek wezen. Spiritualiteit en gezondheidszorg begonnen voor mij naar elkaar toe te bewegen."

Hoe ging dat in zijn werk?

Gebaseerd op die waarneming startte ik een project: "de heelmeester". Dat project was bedoeld voor mensen die patiënt waren, maar ook voor mensen die in de gezondheidszorg werkten en een andere weg zochten om met patiënten om te gaan. Niet alleen probleemgericht, maar veel meer ontmoetingsgericht, in de relatie. De mens als geheel, met zijn dromen, visies, verlangens…

Die aanpak sloeg enorm aan en daarom kwamen er meer en meer hulpverleners die wilden weten wat ik deed.

Zo rond 1975 gaf ik een interview aan radio Rijnmond in Rotterdam. Dat interview ging over volwassenenonderwijs. In die periode ging het niet goed met veel volkshogescholen en met het volwassenonderwijs. Ik zei toen in dat interview: het meeste volwassenonderwijs is onvolwassen. Het staat te ver van de levens van mensen, van wat zij dagelijks doen, van wat zij aan problemen tegenkomen en van wat zij zelf graag zouden willen leren en ontwikkelen. En tot m'n stomme verbazing kreeg ik de volgende dag een telefoontje van iemand van Unicef. Hij daagde mij uit zo’n hogeschool zelf te beginnen en wilde dit bij de gemeente Rotterdam aankaarten als ik die uitdaging aannam. Ik hoorde mijzelf ‘ja’ zeggen en zo kwam er contact met een wethouder en met de directie van de Volksuniversiteit van Rotterdam. Zo begon ik wat later ‘het centrum voor gezond leven’.

Op de openingsdag kwamen er 1400 mensen. Ik heb 22 docenten kunnen aannemen die tot dit experiment bereid waren en ook in staat waren om op een nieuwe manier te werken, als mens in relatie tot de cursisten. Zo kon er op een veilige manier veel aan en met elkaar geleerd worden. En zo kon kennis beter aansluiten op de werkelijkheid van mensen. Er was bijvoorbeeld een psycholoog die een cursus gaf niet over psychologische theorieën, maar over hoe je met jezelf en anderen omgaat in je dagelijkse leven. Over je eigen mogelijkheden en de manier om die handen en voeten te geven.

Hoe lang ben je met dit project doorgegaan?

Tot 1988. Er kwamen namelijk ook steeds meer mensen die echt met pijn en problemen vastzaten. Ik wilde die mensen meer tijd en ruimte bieden. Daarom ben ik in 1988 met een paar mensen de Hoeve begonnen, het begin van de Voorde. We konden daar 18 gasten ontvangen, mensen die helemaal vastzaten. Daar konden we ons richten op heel de mens en het programma bood een veelheid aan activiteiten, van ontmoetingen, leergesprekken, studie, muziek, voeding tot werken in de tuin. Een wezenlijk aspect was de kracht van aanvaarding. Mensen helpen aanvaarden dat er is wat er is, inclusief wat we erover voelen. Inclusief leven noemde ik dit. Dat je mensen laat voelen dat ze kostbaar zijn, dat je van hen houdt en dat het veilig is om je uit te spreken, en te merken dat je ook waarde hebt voor anderen.

De Hoeve werd te klein en zo kwamen we in de Voorde in Limburg terecht. Daar konden we met de hele staf 80 mensen ontvangen.

Op basis van al deze ervaringen, in feite vanaf mijn eerste moment als zevenjarig kind waar ik zomaar ineens een doorzicht kreeg in de wereld achter deze wereld, heb ik gaandeweg de Pulsar visie ontwikkeld. Het gaat hierbij om transformatie, om werkelijke verandering, zowel voor ieder individueel mens als voor de manier waarop wij samenleven, werken en onze maatschappij inrichten. Die hele aanpak die wij met elkaar toepasten was in feite een voorloper van wat later mindfulness genoemd werd.

Het was een groot en risicovol avontuur en ik raakte zelf meer en meer in de knel in mijn rol en betekenis. Ik voelde dit toen wel en had er gemengde gevoelens over, maar heb pas in de laatste jaren helder kunnen zien wat er mis ging. Wat ik eigenlijk wilde was heel dicht bij de mensen blijven, in wie zij zijn, in hun nood. En vooral verbonden met de wereld waarin wij leven. Maar Ik raakte heel geleidelijk weg van mijn eigen betekenis, werd steeds meer leider en minder leraar, gids, coach.

In '95 werd ik ziek, ik kreeg last van fysieke uitval. In het begin dacht ik dat het psychisch was, want ik werkte ontzettend hard en ik wist ook dat ik niet in de goede rol zat. Toch kwam ik er niet uit los, omdat ik met ongelofelijk lieve metgezellen onderweg was. Bovendien maakte mijn ziekte me in die tijd erg onzeker, ik verzweeg wat er werkelijk met me gebeurde. Het is vreemd om te ontdekken, dat wat ik andere mensen voorhield en waarin ik hen bemoedigde, in mijzelf vastraakte. Zo legde ik mijn fysieke klachten voor mijzelf uit als psychisch, het lag aan mijzelf. Dat was een enorme beknelling. Uiteindelijk bleek na jaren dat het zakje om mijn hart steeds meer aan het verkalken was en mijn hart geen ruimte meer had om voluit te bewegen. Wat een parallel…

"Ik raakte gefascineerd door verandering, door wat verandering nu eigenlijk is en wat verandering mogelijk maakt."

Hoe ging het toen verder?

Een goede vriend van me, een Franciscaan, zei: weet je welk woord het meest in de bijbel staat: Ga! Maar ik ging niet en werd steeds zieker. Het begon steeds meer te knellen. Tot 2001 heb ik het nog volgehouden, zelfs nog op de nieuwe plek van de Voorde in Laag Zuthem bij Zwolle. Het was wel beeldend, dat je zo geharnast raakt in je eigen hart.

In 2009 ben ik geopereerd. Ze hebben het hartzakje voor tweederde weggehaald, zodat er weer ruimte kwam. Na twee jaar knapte ik op maar toen werd Birgitte, mijn partner, ziek. Ze had kanker. Ik ben tien maanden samen met haar geweest tot ze overleed in 2012. Dat heeft mij intens veel gedaan en mij uit mijzelf weggeslagen, zo voelde dat. Birgitte was een van de twee directieleden van de Voorde. De Voorde verkeerde al een paar jaar in financiële problemen. Dat begon toen na jaren inspanning duidelijk werd dat verzekeraars niet bereid waren ons traject met mensen te financieren.

Na de dood van Birgitte voelde ik de verplichting om te kijken of we de Voorde konden redden. Het leek me verschrikkelijk dat ook de Voorde aan een einde zou komen. Dus heb ik me in bochten gewrongen om tenminste de Voorde overeind te houden. Dat lukte niet en twee jaar later ging ik failliet. Ik was de enige eigenaar en ik heb een jaar lang met de brokken gezeten. Dat was een bijzonder akelige 'divine lecture'.

En nu ben ik eigenlijk een vrije vogel; er is een nieuwe fase begonnen. Daar ben ik heel dankbaar voor. In Nederland ga ik op een andere manier door met mijn activiteiten en ik heb het schrijven ook weer opgepakt.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het soefisme?

In de tachtiger jaren begon ik te merken dat ik behoefte had aan verdieping, aan inspiratie. Want ik gaf vooral veel uit, en wilde ook dat er iemand naar mij keek en op mij reflecteerde. Dus mijn bede was: mag er een leraar op mijn pad komen.

Op een nacht droomde ik van een boek met een dansend figuur in witte kleding op de kaft. Ik had ook de naam van het boek gezien: Dansen naar God. De volgende dag ben ik naar Donner in Rotterdam gegaan. Oh ja, zei de verkoper, dat boek is nog niet zo lang binnen en het was precies het boek waarover ik had gedroomd! Reshad Feild was de auteur en ik ben achter hem aangegaan. Uiteindelijk ontmoette ik hem eind 1988 in Berlijn. Tijdens een rondreis samen met hem in Turkije ontmoette ik een nazaat van Jelaluddin Roemi, de 28e generatie kleinzoon en we waren allebei in tranen. Hij zei: where have you been so long? In Konya, bij Roemi, bleven de tranen me over m'n wangen rollen. Het was alsof ik thuiskwam. Ik kon het niet uitleggen, ik snapte er niks van. Maar het gebeurde gewoon. En zo ben ik dus de door Roemi opgerichte Mevlevi orde ingerold.

"We zijn echt in nood als mensheid en het is werkelijk urgent dat we onze liefde leven. We hebben onszelf en elkaar daarbij zo hard nodig."

En hoe is je interesse in de Latifa ontstaan?

Dat is veel eerder gebeurd. In mijn ouderlijk huis was de spanning eigenlijk elke dag groot. Mijn vader was een verwarde man en je wist geen dag wie in hem aan het woord was. Mijn moeder had zich in zichzelf teruggetrokken. Ik zag dat zij beiden hun best deden om iets te veranderen aan de situatie en dat het niet lukte. Ik zag om mij heen veel meer mensen worstelen. Ik raakte gefascineerd door verandering, door wat verandering nu eigenlijk is en wat verandering mogelijk maakt. Op enig moment had ik een droom: kijk naar jonge kinderen! Kijk hoe ze bewegen en in staat zijn te veranderen. Hoe kunnen jonge kinderen van een onaangename situatie, tien minuten daarna in een totaal andere toestand zijn? Fascinerend! Ze hebben ruzie met een vriendje, ze gaan huilen en tien minuten later zijn ze gewoon weer samen aan het spelen. Of ze vallen ergens vanaf, ze doen zich pijn, maar even daarna gaan ze weer naar hetzelfde ding toe, niet naar iets anders. Wat gebeurt er tussen het ene en het andere moment?

Alles begint ermee dat een kind niet afwijst wat er gebeurt. Het doet pijn maar het komt er meteen uit, er is direct expressie, waardoor heel veel energie vrijkomt. Door tegenslag knalt het kind niet dicht, het knalt open! Een kind komt daardoor heel makkelijk bij zijn behoefte, bij zijn verlangen en gaat meteen weer door. Het heeft wel geleerd van de ervaring, het is niet onnozel. En daarna zoekt het kind relatie. Het kijkt naar andere kinderen, het wil samen. Ik nam waar dat een kind bepaalde fases doorgaat, als vanzelf, en heel natuurlijk. Ik ben dat gaan beschrijven. Ik dacht op een gegeven moment: het lijken telkens opnieuw dezelfde zeven stappen. In het klooster ben ik toen op zoek gegaan: en ik kwam het tegen! In de gnostiek van de christelijke traditie. Het heet daar: de weg van Maria. De weg van de zeven smarten en de zeven vreugdes. Het eerste moment dat ik dat zag, was ik totaal verwonderd en in extase! Al die fases staan erin!

Bij de Mevlevi orde deed Reshad Feild een keer de eeuwenoude Latifa meditatie met ons en ik herkende meteen dat het om dezelfde fases gaat. Hij had deze meditatie oefening van zijn leraar Bulent Rauf ontvangen. Heel bijzonder. Ik voelde dat het in deze tijd van autonomie een prachtige manier is om mensen bij zichzelf te brengen. . Menigeen – Reshad ook – had er moeite mee dat ik die eeuwenoude traditie naar buiten zou brengen. Ik begrijp dat wel, het is een kostbare en diepgaande oefening die niet nonchalant of op zichzelf moet worden gedaan. Ik heb er lang over gedaan, innerlijk gevraagd wat de bedoeling is en uiteindelijk toch de Latifa toegankelijk gemaakt.

Als de Latifa is ingebed in een weg die je met elkaar gaat dan is het een enorme ondersteuning. Als het geïsoleerd gebeurt dan wordt het een techniek, een techniek die jou moet redden. En de begeleiding is ook belangrijk. De begeleider moet niet te veel aanwezig zijn. Het is de bedoeling dat de Latifa ruimte geeft aan het proces van de deelnemer. Dat zal soms misgaan, dat is niet te voorkomen. Ik kan er alleen maar bij vertellen: ga met de Latifa om als met een kostbaarheid.

Wil je nog iets kwijt aan onze lezers?

Juist in deze tijd waarin zoveel gebeurt, is er eenzaamheid. Er is bijna geen schuilplaats meer om iets collectiefs te vinden. We zijn echt in nood als mensheid en het is werkelijk urgent dat we onze liefde leven. We hebben onszelf en elkaar daarbij zo hard nodig. En dan is het niet meer een collectief, maar de gezamenlijkheid van mensen die compleet toegewijd zijn aan liefde, aan licht. Die niet wegkijken van wat er in de wereld gebeurt, of het nu om vluchtelingen gaat of over het drama van het klimaat. Soms zeggen mensen: wat een somber beeld, maar ik verzin het niet, het is gewoon wat er gebeurt, we krijgen nog veel meer klappen en schokken. De aarde vertelt ook haar verhaal. Ga het aan, maar niet in hopeloosheid. Hoe heftig het ook in de wereld is op dit moment, en hoe bedreigend ook, ik ben een hoopvol mens. Juist die bedreigingen kunnen ons ook samenbrengen. Kom op, we hebben elkaar nodig!


Nieuwsgierig naar de Latifa CD? Hier vind je meer informatie