Home           contact

Vruchtbare aarde willen zijn

Vruchtbare aarde willen zijn,

bericht van Michaël

Herman Finkers noemt de tijd die hij extra gekregen heeft ‘geleende tijd’. Statistisch gezien zou hij al overleden moeten zijn aan zijn ziekte. En het is nu negen jaar verder. Ik kan die ‘geleende tijd’ tot in mijn tenen beleven. Wat vanzelfsprekend was, is het gewoon niet meer.

Leven is op geen enkele manier nog vanzelfsprekend. De tijd is niet mijn bezit, waar ik eindeloos over kan beschikken. Naarmate ik dieper in de werkelijkheid van Liefde als scheppende kracht kwam nam mijn vertrouwen toe in wat mij gebeurde en zou kunnen gebeuren.

Aanvaarding is van meet af aan in mijn leven en werk een fundament geweest. Nu ging het om het aanvaarden dat ik niets onder controle heb, en dat ik mij durf toe te vertrouwen. Dat was en is ook confronterend. Waar moet ik aan beantwoorden van mijzelf? Door welke kleur bril kijk ik naar dingen om mij heen omdat ik daar innerlijk in opgesloten zit?
Op de momenten van totale onzekerheid, van ontheemd zijn, van aanvaarden van mijn dood hier, beleefde ik dit vertrouwen. Het idee ‘zekerheid’ verdampt, in alle opzichten, als vanzelf. Onzeker mogen zijn, het niet weten, maakt waarnemen mogelijk. Elke ware stap is een stap in het onbekende, dus onzeker. Onzekerheid wordt een poort naar een ruimte vol verwondering.

Ik wil je graag vertellen hoe het met mij verder gegaan is. De laatste nieuwsbrief liet horen dat de diagnose na zoveel jaren gevonden is en de ingezette behandeling direct resultaat gaf. De brief was wel een tikje te optimistisch, het is nog niet duidelijk hoe het zich verder ontwikkelt. Het moment dat de verschillende specialisten het eens waren over de diagnose en de behandeling begonnen was, was een ervaring op zich. Ik weet niet hoe dit te zeggen.

Superblij, geraakt, ontroerd, dankbaar en ook geschokt en totaal ontdaan. Vier maanden was er 24 uur zorg om mij heen en leek doodgaan de werkelijkheid. Een heel intense tijd met mijn kinderen en geliefden, en met mijzelf. Hoe ga ik vertrekken? Hoe beleef ik de geleefde tijd? En de mensen om mij heen, hoe beleven zij mij? Het leidde innerlijk, niet zonder pijn en tekort, tot een diepe vrede met mijn bestaan zoals het is, en gegaan is.
En het leidde tot intieme gesprekken met ‘mijn’ kinderen en vrienden. Wat is er nog in te houden? Heel confronterend soms, en ook bevrijdend. Er komt zo veel liefde vrij, en zo echt. Het is bepaald geen sentimenteel ‘alles is liefde’-verhaal en ‘over mij niets dan goeds.’ Onthullend is het om dan als vanzelf tot een werkelijkheid door te dringen voorbij de dagelijkse dingen en het gedoe van deze wereld. Er gaan gordijnen open voor wat er werkelijk innerlijk leeft en lijdt in elkaar.
Met een van mijn oudste vrienden kwamen we, op het bed zittend, tot een soort bekentenis. Iets dat wij ‘de tussenruimte achterin de kast’ noemden. Een geheime ruimte in onszelf van wat we liever niet laten zien en wat toch invloed heeft. Schamen is het kenmerk van die tussenruimte. Je schamen voor gevoelens, gedachtes, gebeurtenissen in je leven, en die je liever, ook voor jezelf, verbergt. We lieten ons aan elkaar horen, we luisterden naar elkaar en hadden uiteindelijk vooral heel veel ruimte en plezier. Om met onzekerheid om te gaan in deze wereld is veiligheid nodig, in je zelfwaarde en in je relaties.

Wat een ervaringen. Ik heb veel te danken aan het innerlijke werk in hoe om te gaan met mijzelf midden in de wereld. En nu leerde ik weer dieper en dieper. Ik ben nu meer verbonden met de materie dan voor mijn ziekteproces. En dat gaat eerder over afdalen dan over opstijgen. Met de dood voor ogen kwam het leven tot leven, zoiets. Met elkaar alles in orde brengen om afscheid te nemen, van innerlijk tot heel praktisch – adressen, viering, begraafplaats, administratie. En tegelijkertijd wilde ik in mijzelf en met de mensen om mij heen openblijven voor alle mogelijkheden. De dood aannemen en het leven verlangen. Er zijn mooie dingen over gezegd - gedichten en verhalen over hoezeer leven en dood verbonden zijn met elkaar – en om het zo te beleven is een geschenk. Ik kijk op een andere manier naar helende processen dan ik hiervoor deed. Ik ben meer de diepte in gejongleerd: hoe dingen werkelijk verbonden zijn, voorbij scheiding tussen spiritueel en materieel, geest en lichaam, ik zelf en de wereld.

Het is blij nieuws! Dat moment dat tot mij doordrong dat de diagnose er is, was zo onvoorstelbaar bevrijdend. Ik voelde me diep geraakt, ontroerd, dankbaar, verbijsterd, geschokt en ontdaan. Allemaal tegelijk, als een tornado. Het is of ikzelf in het midden van die tornado ben. Het is heel kalm en stil hier.

Op 7 november ben ik in het VUmc opgenomen, dankzij een heel wakkere cardiologe. Zonder haar was ik niet bij de professor gekomen die een autoriteit is op het gebied van de ziekte die orgaan na orgaan aantastte. Zonder haar inmenging had ik geen kans gehad. Na 11 jaar en aardig wat ziekenhuizen verder, was er nog altijd geen diagnose en dus geen behandeling. Ik vond het moeilijk om hoop te bewaren. Elke keer weer zocht ik, soms helemaal verloren en in paniek, dan weer vertrouwend en biddend, de verbinding met het Geheel waar ik deel van ben. Ik noem dat God. Voor mij is dat het Onnoembare. Ik beleef het, dat is genoeg. Het is Iets buiten mij, het is in mij, en andersom. Voor mij is het ’t wonderbaarlijke, en het is ook wie wij werkelijk zijn: kostbaar en bezield! In zoveel momenten met de mensen om mij heen, en naar de wereld kijkend, heb ik eenvoudige kostbaarheid ervaren. Zoveel liefde ook. Voorbij sentiment, direct, spiegelend. Liefde die schuurt en scheurt aan het oneigenlijke en het eigenlijke in beeld brengt. Ik voel me beschaamd deze woorden te gebruiken, alsof ik dit allemaal ontdekt heb. Het is mij gebeurd en ik ben ongelooflijk dankbaar daarvoor. Inclusief de ziekte. Verre van stoer is het, zachtmoedig.
Zo kwam ik in het ziekenhuis aan, 50 kg mens. ‘Als we niets doen, dan ga je snel dood. Laten we alles doen wat mogelijk is,’ werd me gezegd. En vanaf dat moment voelde ik mij gedragen door een team, dat vastbesloten was de diagnose te vinden. Leuk moment was het toen professor Vonk mij zijn aanpak uitlegde: ‘In Nederland is alles in hokjes. Elk hokje heeft een etiket met wat er wel en niet in mag. De patiënt moet ergens in een hokje. Meten is weten. Maar we weten zo weinig, een klein deel maar. Jij past nergens in een hokje. Deze ziekte is zeldzaam, onbekend. Tot nu toe moest het in een hokje passen. Dat gaan we niet doen. We gaan de hokjes laten en naar de ziekte en naar jou zelf kijken.’ Wat een nieuw geluid, een hele andere dynamiek ontstond. Ik voelde me gedragen.

Wat een helende kracht maakt dit mee vrij. Ook de ontspanning waarmee dit gebeurde, en de humor. Nooit eerder heb ik dit in een ziekenhuis meegemaakt. Het kan dus echt: in relatie samen.

De onderste steen kwam boven. Elke dag was er een moment van verbinding om mij er helemaal bij te houden. Met extra bloed en zorg lukte het weer om te eten. Er kwam leven op gang. En de diagnose is gevonden, ongelooflijk, verbijsterend. De behandeling slaat aan, mijn nieren en lever functioneren weer normaal. De ontstekingen in mijn lichaam zijn behoorlijk afgenomen. Hart en longen zijn voor een deel blijvend beschadigd. Toch is er goede mogelijkheid op nog enig herstel. Morgen ga ik weer naar het VUmc voor een nieuw medicijn, wat meer specifiek gericht is op de ziekte waar het omgaat. Het is een auto-immuunziekte, een variant binnen IgG4 ziekte. Het wordt me vaak gevraagd, wat ik dan heb. Dat dus.

Ik begon mijn verhaal te vertellen, dat ik naast de blijheid en dankbaarheid, ook geschokt ben en ontdaan. En dat werkte ook zo bij mijn hele directe omgeving die mee voorbereid waren op mijn vertrek. Een van de artsen belde mij een paar dagen terug op om te zeggen hoe blij hij en zijn team waren, en hij vroeg hoe het met mij ging. Voordat ik antwoord kon geven zei hij: ‘Dit moet toch ook heel verwarrend voor je zijn, en voor je familie. Het is zo’n enorme wending. Hoe is dat voor je?’ ‘Bizar’, zei ik.
Het is een enorme leegte, niets wat ingevuld staat om te gaan doen. Geen perspectief, of verder gaan. Dat heb ik niet zien aankomen. Er is geen enkele coördinaat. Een van de eerste dingen die in mij opkwamen toen ik weer thuis kwam was om met mijn zoon broeken te gaan kopen die ik paste. En een paar colberts aan de kleermaker te geven om te vermaken. En onderwijl belde mijn andere zoon de begraafplaats af. Een bizarre ervaring voor mij, voor ons samen. Bijna niet blij durven zijn. Ik heb op oudejaarsdag de zorgboerderij van mijn dochter en haar partner kunnen zien. Ook niet meer gedacht, overvloed, tranen.
Alles is verwondering. Een agenda wellicht, die leeg is. Er is geen plan, dan luisteren wat ontstaat. Ik heb tijd nodig om in deze lege grote ruimte te zijn, het te leren kennen. Benieuwd naar wat er komt, wat waar is, wat me raakt. Dat zit in die leegte. Dingen die ik ooit dacht, denk ik niet meer. Dat is ook een hele vreemde ervaring. Het merken dat je iets mist dat weg is en niet goed weten wat dat dan is. Wat gebeurt er als de controle weg is en het leven tot leven komt zoals het ontstaat van binnenuit, omdat de natuur van de schepping zo werkt.
Dat ik er nog ben, en opnieuw ben, heeft betekenis in zichzelf. Voor mijzelf en voor hoe ik nu in de wereld sta. Ik kan niet in liefde zijn naar de komende tijden. Ik heb wel het vermogen om vandaag in liefde te zijn, verbonden met alles wat er is en dat is zoals het is. Wat ik er ook van vind. Dat is van niemand afhankelijk dan van mijzelf. Dat beleef ik op dit moment tot in mijn tenen. De verantwoording voor mijzelf nemen in liefde. In liefde zijn met mijzelf, is in liefde zijn met andere mensen en alles wat leeft. Daarin, elk moment, elke dag opnieuw, wil ik zien en volgen wat van binnenuit wil ontstaan. Om mee af te ronden deel ik graag een ander woord dat Herman Finkers voor zichzelf noemde: vruchtbare aarde willen zijn.

Ik ben iedereen heel dankbaar voor de lieve hartelijke berichten, de herinneringen, de bemoediging en alle gebed waarmee ik mij gedragen wist door vele harten. Dat heeft veel voor mij betekend!

Hartelijke groet van Michaël,

5 februari 2020